Vanochtend vroeg opgestaan, alweer, en met de brommer op weg naar
Kuibishan. Om half tien zou hier een stuk land droogvallen, waardoor we
naar een eilandje zouden kunnen lopen. Wadlopen voor Chinezen, zeg maar.
Hele bussen Aziaten waren op hetzelfde idee gekomen. Het water zakte wat later dan gepland, maar om klokslag tien uur waren ze niet meer te
stoppen. We wisten uiteraard niet hoe lang deze tijdelijke droogte zou
duren; wat je niet wilt is dat je aan de andere kant staat en dat een of
andere Chinese Mozes het water weer laat komen. Zit je daar op dat eiland.
Op de blote voeten geprobeerd over te steken, maar geen succes; nog
onplezieriger dan een Chinese voetmassage door een potige masseur. Dan maar met de schoenen aan. Zijn toch oudjes, bedoeld om weg te doen tijdens de
reis. Corinne wachtte nog even, en inderdaad, na een half uur was er een
ruim pad naar de overkant. Grappig om te doen, we misten wel koek en zopie onderweg.
Dat niet kunnen wachten zit trouwens wel heel erg in de Chinese/Taiwanese volksaard. In de lift, op straat en in het verkeer, men loopt liever door je heen dan dat men een seconde wacht.
Maar ach, hier onthoofdt men geen hulpverleners, camperen er geen gezochte seksrabbijnen en worden geen tijdelijke kantoren voor de koning voor 400.000 Euro gebouwd, als men al een koning zou hebben. Het is overal wel wat, en hier is het zo slecht nog niet.
Kuibishan. Om half tien zou hier een stuk land droogvallen, waardoor we
naar een eilandje zouden kunnen lopen. Wadlopen voor Chinezen, zeg maar.
Hele bussen Aziaten waren op hetzelfde idee gekomen. Het water zakte wat later dan gepland, maar om klokslag tien uur waren ze niet meer te
stoppen. We wisten uiteraard niet hoe lang deze tijdelijke droogte zou
duren; wat je niet wilt is dat je aan de andere kant staat en dat een of
andere Chinese Mozes het water weer laat komen. Zit je daar op dat eiland.
Op de blote voeten geprobeerd over te steken, maar geen succes; nog
onplezieriger dan een Chinese voetmassage door een potige masseur. Dan maar met de schoenen aan. Zijn toch oudjes, bedoeld om weg te doen tijdens de
reis. Corinne wachtte nog even, en inderdaad, na een half uur was er een
ruim pad naar de overkant. Grappig om te doen, we misten wel koek en zopie onderweg.
Dat niet kunnen wachten zit trouwens wel heel erg in de Chinese/Taiwanese volksaard. In de lift, op straat en in het verkeer, men loopt liever door je heen dan dat men een seconde wacht.
Maar ach, hier onthoofdt men geen hulpverleners, camperen er geen gezochte seksrabbijnen en worden geen tijdelijke kantoren voor de koning voor 400.000 Euro gebouwd, als men al een koning zou hebben. Het is overal wel wat, en hier is het zo slecht nog niet.
Daarna naar de Tongliang Great Banyan Tempel. Naast de tempel staat een 300 jaar oude ficus, die zeer veel vertakkingen heeft en langs pilaren is
geleid. Het fungeert als een natuurlijke luifel van de tempel. De tempel
lijkt slechts bijzaak, al met al een mooi geheel.
geleid. Het fungeert als een natuurlijke luifel van de tempel. De tempel
lijkt slechts bijzaak, al met al een mooi geheel.
In Magong bezochten we, waarom ook niet, nog een paar tempels (Tianhou en Shigong) en vonden we in de Zhongyangstraat de Four Eyed Well. Een
verstandelijk gehandicapte jongen legde uit wat het was en hoe we moesten kijken en onder welke hoek fotograferen; zijn Chinees begrepen we wel.
verstandelijk gehandicapte jongen legde uit wat het was en hoe we moesten kijken en onder welke hoek fotograferen; zijn Chinees begrepen we wel.
Ook liepen we over de Xiyin Rainbow Bridge. Eigenlijk moet je de brug bij nacht bekijken vanwege de verlichting, maar we waren er nu eenmaal.
Mooie tempel ook daar, de Guanyinting.
Mooie tempel ook daar, de Guanyinting.
De stadsmuur en -poort werden gerestaureerd. We vonden in die buurt vervallen huisjes en een complex van restaurants, voor elke provincie in China (lees : smaak ) één. Jammer dat we dit nu pas vonden.
Onderweg naar de Fenggui Blowholes zagen we de Suogang tempel. Deze hadden we onderweg van het vliegveld gezien, eergisteren, maar nu eens goed bekeken. Indrukwekkend!
We waren de zon, maar vooral de extreem harde wind meer dan zat. De wind is vlagerig, gevaarlijk. We besloten vanavond niet meer weg te gaan, maar te gaan eten in het restaurantje waar we gisteren wat gedronken hebben. De kaart is in het Chinees, maar in ons boekje staan een aantal gerechten. Die waren er niet of niet te maken, er was zelfs geen rijst (!?!). Communicatie is verder afwezig als men elkaars talen niet spreekt. De man van de kokkin had een ingeving en liet ons op zijn mobiel intoetsen wat we wensten, en dat ding vertaalde het in het Chinees. Zo kwamen we op noedels met rundvlees en ui in zwarte pepersaus.
Een kwartier en drie slokken bier verder kwam het: vissoep met zoete aardappel, inktvis, een garnaal en ondefinieerbare witte vlokken (pasta?), patat frites met ketchup en varkensvlees met paprika in zwarte pepersaus. Met name dat laatste was overheerlijk!
Volgende keer toch maar dat Chinese lesje doen voor we weer gaan?
Een kwartier en drie slokken bier verder kwam het: vissoep met zoete aardappel, inktvis, een garnaal en ondefinieerbare witte vlokken (pasta?), patat frites met ketchup en varkensvlees met paprika in zwarte pepersaus. Met name dat laatste was overheerlijk!
Volgende keer toch maar dat Chinese lesje doen voor we weer gaan?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten