donderdag 2 oktober 2014

Magong (Penghu eilanden)

De chauffeur stond al op ons te wachten om ons naar het Songshan vliegveld ( http://en.m.wikipedia.org/wiki/Taipei_Songshan_Airport ) te brengen. Beetje balen, we hadden om 7.20 afgesproken, drie keer gevraagd of dat niet eerder kon en nu moesten we ineens haasten, toen om 7.00 bleek dat hij er al was.
Alles kwam goed en om 8.20 stegen we op, een klein uur later landden we op Penghu (Mangong Airport).
Daar stond alweer iemand klaar die ons vliegensvlug naar het hotel bracht. Daar kwamen we dan ook vroeg in de ochtend aan. De kamer mochten we nog niet op. We hebben eerst even op het strand gekeken. Er stond een behoorlijke wind en het was drukkend: zonnig edoch zwaar bewolkt. Dat lijkt tegenstrijdig, maar toch is het zo.

We zaten een beetje gevangen zonder vervoer en besloten een eindje de bewoonde wereld in te lopen. Onderweg besloten we de eerste taxi die we zouden zien aan te houden voor een rit nasr het centrum van Magong. Niet veel later kwam er een bus aanrijden, die op ons aangeven stopte. De bus was verder helemaal zonder passagiers. De chauffeur maande ons te gaan zitten toen we wilden betalen. Toen we zaten wilde hij toch geld zien. Briefgeld was niet goed, hij rinkelde met munten. De man leek slechts kreten uit te stoten in plaats van te praten, maar het kan ook zijn dat ons Chinees roestig is geworden, of dat hij een ander dialect spreekt.
Enfin, hij koos wat munten uit de verzameling die hem werd voorgehouden en wierp die in een bakje. Toen was het goed. In de tussentijd scheurde hij er lustig op los, bochten afsnijdend en luid toeterend naar iedereen die enigszins in de weg liep of reed.
Drie keer stopte hij voor iemand, in alle gevallen ook niet bij een bushalte. Eén van die drie leek wel een mummie: grote hoed op, met flap tot over de ogen en het gelaat omwikkeld in een badstof handdoek. Met name vrouwen willen niet bruin worden, armoedige mensen hebben een kleur en welgestelden zijn wit. Hoe witter hoe mooier dus. De prijs die ervoor wordt betaald is alles bedekken, met monddoekjes, petten, sjaals, sweaters, en dat terwijl de mussen hier allang verdwenen zijn (allemaal dood van het dak gevallen). Het lijkt niet uit te maken dat je er wel vreselijk mee voor emmer loopt. Met al die bedekkingen zie je nog niet of iemand wit of bruin is.

Het stadje stelt niet heel veel voor. Op Penghu wonen circa 100.000 mensen. In het centrum hebben we wat gegeten en gedronken, een tempel bezocht en bij de haven gekeken. De mensen zijn hier ofwel heel open, excuseren zich voor hun Engels maar doen vreselijk leuk en hun best, of men trekt een muur van norsheid op die niet met glimlachen of vriendelijke woorden is te slechten.
We hebben uiteindelijk een taxi naar het hotel genomen, hebben ons verfrist op de kamer en zijn naar het strand gegaan. We zijn naar een (militair) uitkijkpunt gelopen, mooi bij zonsondergang!

Naast het hotel is een eettentje. Je zou ook kunnen zeggen: een schuur waar gewokt wordt. Het is vooral een afhaalchinees, want mensen bestelden en namen vervolgens zakken vol mee naar huis of hotelkamer. We hebben ter plekke een en ander naar binnen gewerkt (kip met gebakken rijst en groenten). De hoteleigenaar heeft ons wel geholpen met de bestelling. Ook weer zo wat: hij vraagt wat we willen. Zeggen wij: doe maar noodles met kip. Blijkt dat er geen kip is, alleen vissige dingen. Okay, alleen noodles dan. Nee, noodles zijn op, wel gebakken rijst. Ook goed... Komt als eerste toch kip op tafel. Maakt niet uit, maar dit is slechts één voorbeeld van hoe het vaak in Azië gaat.

Morgen willen we een scooter huren om het eilandengroep verder te bekijken. Het zijn in totaal 64 eilanden, maar dat gaat nooit lukken. We zien het wel :-)

1 opmerking:

  1. Hoi Corinne en Paul,

    Indrukwekkend allemaal, het is net een boek wat ik lees!
    Ik ben nu al benieuwd hoe de scootertoer is verlopen...

    Gr wendy

    BeantwoordenVerwijderen