Op 18 november vertrekken we met een hele club in twee auto's naar Nakhon Phanom, ruim een uur rijden, aan de Mekhong, de rivier die Thailand en Laos scheidt. Naast Kannika, haar ouders en zusje zijn ook Chok, Op en Nen en Nanu mee.
We bezoeken de Wat Phra That Phanom, een prachtige tempel op een groot terrein met museum, kleinere tempeltjes en kraampjes. Daarna reden we naar Song Kon, waar een enorme katholieke kerk is gebouwd. Daar worden ook 7 martelaren herdacht. Er liggen poppen in doodskisten waarvoor gebeden wordt, beetje bizar.
Nen heeft 's ochtends de kleding voor Nanu in ontvangst genomen. Het meisje wordt meteen in het pyjamaatje dat we hebben gekocht gehesen en gast zo de hele dag mee. Verder deed Nen haar mond niet open, wilde niet op de foto en zonderde zich steeds met Nanu af.
We lunchten in een food court. Daarna bezochten we een heel nieuwe tempel, de Wat Doi Damma Chedi.
Met Kannika en Chok gingen we naar het klooster met het kindertehuis, Ban Naboon. We hebben een leuk gesprek gehad met onder andere zuster Ruangjit, die zich nog veel details wist te herinneren. Ook hier kwam Nen weer ter sprake. Ook de zuster vindt dat Nen haar eigen boontjes moet leren doppen. Ze beloofde nog met Nen te praten en zou Corinne op de hoogte houden.
Voor Corinne en Kannika was het bijzonder om na al die jaren weer hier terug te zijn.
Er zitten nog acht kinderen in het tehuis, een fractie van wat er vroeger zat, een teken dat het beter gaat in het noordoosten van Thailand.
Na een tussenstop bij een koffiehuis en de 7 Eleven gingen we naar het huisje terug. Daar was het al een drukte van belang, de moeder van Op had een afscheidsmaal gemaakt. Ook Kannika's moeder was er. Nen was ook uitgenodigd maar kwam niet, omdat ze boos was over het niet krijgen van een mobieltje. Bovendien wil ze niet gaan werken omdat ze haar tante niet alleen wil laten, maar wel een wasserette beginnen. Van de zuster begrepen we echter dat in dat huis ooit een wasserette zat, maar dat de boedel verkocht is.
Op het einde van de avond kregen we armbandjes van touwtjes omgeknoopt, als gelukswens, in een zogeheten Phu Ken ceremonie.
Met een kleiner clubje sloten we de avond af, tot al het eten en bier op was.
- wordt vervolgd -













