maandag 23 februari 2015

Phitsanulok - Lampang - Chiang Rai


Zondag 22 februari vertrokken we om 8 uur al naar Sukhothai. We startten met een bezoek aan het museum. De gids wist weinig te vertellen en was zelfs enige tijd verdwenen, zogenaamd kaartjes kopen voor de tempels. We bezochten een aantal eeuwenoude tempels, die zéér de moeite waard waren: Wat Mahathat, Wat Sri Savaya, Wat Traphat Ngoeng, Wat Sorasak en Wat Si Chum. De gids is een rare en vindt ons duidelijk eigengereid, maar dit is wèl onze vakantie, dus als we langer ergens willen kijken doen we dat ook. We reden met de auto naar de "tweelingstad" Sri Satchanalai, waar we de Wat Chang Lom en de Wat Chedi Chet Thaeo bekeken. Er moest weer geluncht worden, gelukkig een buffet, dus we schepten niet al te veel op. Gisteren werd er een hele partij eten geserveerd, niet normaal. Beetje gênant om dan weinig te eten.
We slingerden door de bergen naar Lampang. Het was erg warm, meer dan 35℃. Onderweg een leeg land; wat landbouw, vooral rijst, bananen en suikerriet, maar ook veel dorre bomen. In Lampang bezochten we de Wat Phratat Lampang Muang, met een stoepa van teakhout. Mooie tempel, veel te zien. De gids wilde maar naar het hotel, wij wilden graag alles zien. Voor 17 uur bereikten we dan toch al het hotel. We werden geacht nu al het menu te kiezen, aan te geven hoe laat we wilden eten en bovendien moesten we allebei hetzelfde eten... De gids is verbijsterd als we zeggen dat we zelf wel wat te eten zullen vinden...
Dat lukte overigens prima. We brachten een uurtje door in een shopping mall vlakbij het hotel. Om de hoek van het hotel vonden we zelfs nog een gruizig zaakje voor een voetmassage. We gingen op tijd slapen, volgende dag weer vroeg op!
Maandag 23 februari reden we al om half acht uit Lampang weg. We dronken in Phayao koffie, net voor er ook bussen met bloody tourists stopten. Wat een raar fenomeen is een groepsreis toch eigenlijk. We hebben er zelf ook wel aan meegedaan, maar als je 't zo van een afstand ziet, dan liever niet meer.
In Phayao bezochten we nog een tempel, de Wat Sri Khomkham. Daarna reden we verder noordwaarts, richting Mae Sai. Onderweg regelmatig politiecontrole, op drugs, we zitten immers vlak bij de Gouden Driehoek. We stopten bij de grens met Myanmar, het noordelijkste puntje van Thailand. Het was er enorm druk, een smeltkroes van Aziatische volkskes, vooral Birmezen, Thai en de ratten van deze wereld, de Chinezen (ze zitten overal en zijn vervelend als ze met veel zijn).
Tussen Mai Sae en Chiang Saen hadden we lunch, in een mooi rustig gebied. Het landschap is glooiend tot bergachtig. Men verbouwt hier van alles en nog wat, onder andere ananas en rubber. 
Na de lunch naar het drielandenpunt van Thailand, Laos en Myanmar, de Gouden Driehoek. We gingen met een bootje varen over de Mekong rivier en meerden aan in Laos. Dat is, op een Laotiaans eilandje, Done Xao, waar een markt was. Heel erg toeristisch! Wel graag met Thais geld betalen, voor Laos harde valuta.
Na een bezoek aan het Opium museum en nog eens drie tempels, Wat Chom Choeng, Wat Phrathat Chomkitti en Wat Suan Sanuk, reden we naar Chiang Rai, waar we zullen overnachten. 
Tot de volgende!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten